ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8105
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing vluchtelingenstatus Koerd uit Noord-Irak wegens onvoldoende motivering
Verzoeker, een Koerd uit Noord-Irak, diende een aanvraag in voor toelating als vluchteling in Nederland, welke door verweerder werd afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid. Verzoeker vreesde vervolging door zowel de PKK als de KDP vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder dreigbrieven, een aanslag en verdenkingen van wapenhandel.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de verklaringen van verzoeker consistent en geloofwaardig waren en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de verklaring van de zwager van verzoeker, die informatie gaf over de dreiging door de KDP, niet kon worden meegewogen. Verweerder had zich onterecht gebaseerd op het ontbreken van fysieke bewijzen zoals dreigbrieven en het niet objectief verifieerbare karakter van de bron.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit onvoldoende onderzoek bevatte en ondeugdelijk was gemotiveerd, waardoor het in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep gegrond was. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de vluchtelingenstatus wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en onvoldoende onderzoek.