ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7383
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Rossum
- Valk
- Strijards
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitleveringsverzoek wegens ontoelaatbaarheid en legaliteitsbeginsel
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het verzoek van de Verenigde Staten tot uitlevering van een persoon verdacht van conspiracy, verboden buitenlandse handelspraktijken en reizen ter ondersteuning van afpersingspraktijken. Het verzoek was gebaseerd op vermeende omkoping van een buitenlandse ambtenaar en andere strafbare feiten.
De rechtbank onderzocht de stukken, waaronder het uitleveringsverdrag tussen Nederland en de VS, en concludeerde dat het begrip 'conspiracy' niet overeenkomt met het Nederlandse misdrijf van deelname aan een criminele organisatie, omdat er geen bewijs was van een georganiseerde structuur of oogmerk tot het plegen van meerdere misdrijven. Daarnaast was het feitencomplex ten tijde van het vermeende handelen niet strafbaar volgens Nederlands recht.
De rechtbank wees het uitleveringsverzoek af op grond van het legaliteitsbeginsel, dat strafbaarheid vereist op het moment van het begaan van het feit. Teruglevering zou leiden tot erkenning van een veroordeling die in Nederland niet mogelijk is, wat in strijd is met de Grondwet en het Wetboek van Strafrecht. Ook was er geen voorziening in het uitleveringsverdrag die dit legaliteitsbeginsel zou kunnen doorbreken.
De rechtbank verklaarde de uitlevering derhalve niet toelaatbaar en wees het verzoek volledig af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten niet toelaatbaar en wijst het verzoek af.