ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7265
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- J.S.W. Holtrop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opschorting tenuitvoerlegging gevangenisstraf bij gratieverzoek
Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, en is in verband hiermee gedetineerd geweest. Na een oproep om zich te melden voor de uitvoering van het voorwaardelijke deel van de straf, heeft eiser geen gehoor gegeven en is medio maart 2002 aangehouden en gedetineerd.
Eiser verzoekt de rechtbank om de verdere tenuitvoerlegging van zijn straf te schorsen totdat op zijn gratieverzoek is beslist. Hij stelt dat op grond van artikel 558a Sv opschortende werking aan het gratieverzoek toekomt en dat de Aanwijzing van het College van Procureurs-Generaal in strijd is met de wet. Tevens voert hij aan dat hij zich niet aan de tenuitvoerlegging heeft onttrokken.
De rechtbank oordeelt dat de tenuitvoerlegging geacht moet worden te zijn aangevangen bij de verzending van de oproepbrief met de melddatum, conform de wetsgeschiedenis en jurisprudentie. Omdat eiser zich niet vrijwillig heeft gemeld, heeft hij zich onttrokken aan de tenuitvoerlegging. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die opschorting rechtvaardigen en het gratieverzoek is niet aannemelijk succesvol. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot opschorting van de tenuitvoerlegging af en veroordeelt eiser in de kosten.