ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7110
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel na weigering toegang Nederland
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, werd op 1 juli 2002 de toegang tot Nederland geweigerd en werd tegelijkertijd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij diende een asielaanvraag in, die op 3 juli 2002 werd afgewezen, waarbij de vrijheidsontnemende maatregel werd gehandhaafd. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en vorderde opheffing.
De rechtbank behandelde het beroep op 10 juli 2002 en overwoog dat de beleidsregel uit de Vreemdelingencirculaire 2000 niet uitsluit dat het beroep op de vrijheidsontnemende maatregel getoetst wordt tegen artikel 94, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hierbij moet een belangenafweging plaatsvinden waarbij de vreemdeling concrete, op zijn situatie toegespitste belangen moet aanvoeren die zwaarder wegen dan het belang van de overheid om te voorkomen dat hij ondanks de weigering toch toegang krijgt.
De rechtbank oordeelde dat in dit geval geen concrete belangen waren die zwaarder wogen dan het belang van voortzetting van de maatregel. Ook was niet zonneklaar dat de asielaanvraag niet in de Aanmeldcentrum-procedure had mogen worden afgehandeld. Bovendien zou de vrijheidsontnemende maatregel naar verwachting niet lang meer duren, omdat het verzoek om een voorlopige voorziening spoedig zou worden behandeld. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 106 Vw Pro 2000 of artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft gehandhaafd.