ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7071
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor verblijf bij echtgenoot op grond van nieuwe feiten
Verzoekster, van Iraakse nationaliteit, had een eerdere aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen gekregen vanwege twijfel aan het serieuze karakter van haar huwelijk met referent en mogelijk haar identiteit. Na een nieuw huwelijk in Syrië en het overleggen van een gelegaliseerde huwelijksakte, geboorteakte en medische verklaringen over haar zwangerschap, diende zij een nieuwe aanvraag in. Verweerder wees deze af met toepassing van artikel 4:6 Awb Pro wegens gebrek aan nieuwe feiten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de zwangerschap en geboorteakte wel degelijk nieuwe feiten vormen die tot een ander besluit kunnen leiden, mede omdat de eerdere afwijzing niet eenduidig was en primair twijfel betrof over het huwelijk. De identiteit van verzoekster is nu voldoende vastgesteld en het huwelijk wordt als serieus beoordeeld.
Gezien de spoedeisendheid door de zwangerschap en de omstandigheden waaronder verzoekster in Syrië verblijft, wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Verweerder wordt opgedragen verzoekster te behandelen alsof zij in het bezit is van de gevraagde machtiging tot voorlopig verblijf. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan verzoekster toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoekster wordt behandeld alsof zij een machtiging tot voorlopig verblijf bezit.