ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7063
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.P.M. Elderman
- G. Blomsma
- J.F.M.J. Bouwman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep op gezinshereniging na verkrijging verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd
Eiser, van Sri Lankaanse nationaliteit, diende in 1997 een asielaanvraag in en kreeg in 1999 een verblijfsvergunning zonder beperkingen toegekend. Met ingang van 1 april 2001 werd deze vergunning automatisch aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel). Eiser stelde beroep in tegen de weigering hem toe te laten als vluchteling, met name vanwege het belang van gezinshereniging.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen persoonlijk belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep, omdat de materiële uitkomst geen effect kan hebben op zijn verblijfsrechtelijke positie. De rechtbank stelde tevens vast dat de toekomstige verblijfspositie van zijn gezinsleden niet in zijn directe belangensfeer ligt en dat aan hen geen nareistermijn kan worden toegekend.
Verder werd overwogen dat de voorwaarden voor het overleggen van gelegaliseerde documenten niet verschillen naar de grondslag van de verblijfsvergunning en dat eiser onder bepaalde voorwaarden vrijstelling kan krijgen. De toezegging van verweerder dat bij intrekking van de vergunning alsnog toetsing zal plaatsvinden, speelde ook mee.
Gezien deze omstandigheden concludeerde de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Er was geen aanleiding voor een kostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan te beschermen belang.