ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7023
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken actueel procesbelang bij verblijfsvergunning
Eiser, van Iraakse nationaliteit, had bij beschikking van 27 september 2001 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ontvangen, geldig van 21 maart 2001 tot 21 maart 2006, onder de beperking tijdsverloop in de asielprocedure. Eiser stelde dat hij recht had op een verblijfsvergunning op grond van klemmende humanitaire redenen, die volgens overgangsrecht van de Vreemdelingenwet 2000 automatisch zou zijn geconverteerd in een vergunning voor onbepaalde tijd.
De rechtbank stelde vast dat het beroep ex tunc wordt getoetst aan de wetgeving en feiten ten tijde van het bestreden besluit. Omdat eiser reeds een vergunning voor bepaalde tijd heeft en na vernietiging van het besluit alleen opnieuw een vergunning voor bepaalde tijd kan worden verleend, ontbrak een concreet belang bij voortzetting van het beroep. De rechtbank concludeerde dat eiser geen rechtens te beschermen belang had bij een gunstiger positie door het beroep.
Ambtshalve overwoog de rechtbank dat bij expiratie van de huidige vergunning verweerder alsnog een besluit moet nemen over de aanspraak van eiser op een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees vergoeding van griffierecht en proceskosten af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel procesbelang.