ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6997
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. van Es
- W.J. van Bennekom
- J.S. Reid
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs ononderbroken verblijf
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van de tijdelijke regeling witte illegalen (TBV 1999/23) en stelde dat hij ononderbroken in Nederland verbleef van 11 januari 1995 tot 4 november 1999. Hij overlegde diverse bewijsstukken, waaronder verzekeringsbewijzen, een rijschoolagenda, een kwitantie van een moskee, loonstrook en getuigenverklaringen.
De staatssecretaris van Justitie wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij gedurende de gehele referteperiode ononderbroken woonde in Nederland. De rechtbank toetste dit besluit en concludeerde dat de bewijsstukken onvoldoende waren om het langdurige verblijfsgat van bijna tien maanden aan het einde van de periode te overbruggen.
De getuigenverklaringen waren te algemeen en onvoldoende specifiek over de duur en inhoud van het verblijf. Bovendien waren de getuigen voornamelijk uit de vrienden- en kennissenkring van eiser, waardoor de verklaringen extra kritisch werden beoordeeld. Ook was er sprake van inconsistenties in de verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat geen aanleiding bestond voor toepassing van de afwijkingsbevoegdheid of humanitaire gronden. Daarnaast was geen sprake van schending van de hoorplicht of andere procedurele onregelmatigheden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning wordt geweigerd wegens onvoldoende bewijs van ononderbroken verblijf.