ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6912
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbare werkloosheid en gedeeltelijke weigering WW-uitkering na niet verschijnen op werkgeverafspraak
Eiser was sinds 1998 in dienst bij een werkgever en viel in 1999 uit door een auto-ongeval met whiplashklachten. Na herstel werd hij in 2000 gevraagd op een gesprek te verschijnen, wat hij wegens gezondheidsklachten en fileproblemen niet kon nakomen. De werkgever beëindigde daarop de loonbetaling en vroeg ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per augustus 2000. Verweerder weigerde daarna een WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen gevolg gaf aan het redelijk verzoek van de werkgever om op 21 juni 2000 te verschijnen, wat leidde tot een vertrouwensbreuk. Hoewel de werkgever het doel van het gesprek aan eiser had medegedeeld, was het niet verschijnen toerekenbaar laakbaar gedrag. Echter, de rechtbank vond dat de verwijtbaarheid niet in overwegende mate was, mede omdat eiser zich eerder had ingezet en niet eerder soortgelijke incidenten had veroorzaakt.
De rechtbank vernietigde het besluit van verweerder en bepaalde dat de WW-uitkering slechts gedeeltelijk had mogen worden geweigerd door het uitkeringspercentage te verlagen van 70% naar 35% over een periode van 26 weken. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot volledige weigering van de WW-uitkering en bepaalt dat de uitkering slechts gedeeltelijk had mogen worden geweigerd.