ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6756
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buitenbehandelingstelling aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken mvv-vereiste
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder om haar aanvraag om een verblijfsvergunning buiten behandeling te stellen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder had het bezwaar ongegrond verklaard en dit besluit werd aangevochten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte het bezwaar beoordeelde op basis van het oude recht (Vreemdelingenwet 1965), terwijl procedureel het oude recht geldt maar materieel het nieuwe recht (Vreemdelingenwet 2000) van toepassing is. Bij de heroverweging van het bezwaar had verweerder het nieuwe recht moeten toepassen, wat zou hebben geleid tot herroeping en vervanging van het primaire besluit door een afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank stelt dat de buitenbehandelingstelling op grond van artikel 4:5 Awb Pro niet betekent dat artikel 7:11 Awb Pro niet meer geldt en dat toetsing ex tunc in bezwaar niet vereist is. De wijziging van het wettelijk voorschrift hangende bezwaar moet worden betrokken bij de heroverweging.
Toetsing aan het nieuwe recht leidt niet tot een andere conclusie dan het bestreden besluit; eiseres komt niet in aanmerking voor vrijstelling van het mvv-vereiste en de omstandigheden zoals huwelijk en langdurig verblijf vormen geen grond voor toepassing van de hardheidsclausule. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken van een geldige mvv wordt ongegrond verklaard.