ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6665
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en bewaring vreemdeling wegens ontbreken redelijk vermoeden illegaal verblijf
De Wit-Russische eiser werd op 4 juli 2002 vreemdelingenrechtelijk staande gehouden nadat hij zich vreemd had gedragen in een snoepwinkel. De opsporingsambtenaren konden zijn verblijfsrechtelijke positie niet vaststellen, waarna hij werd overgebracht naar een plaats voor verhoor en op 5 juli 2002 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank beoordeelde of de staandehouding en de daaropvolgende bewaring rechtmatig waren. Uit het proces-verbaal bleek dat het enkele feit dat eiser verontrustend gedrag vertoonde en zich niet kon legitimeren onvoldoende was voor een redelijk vermoeden van illegaal verblijf. De fouillering vond plaats zonder dat eiser was opgehouden, wat niet is toegestaan volgens artikel 50 lid 5 Vw Pro 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, oordeelde dat de staandehouding en fouillering onrechtmatig waren en hief de maatregel van bewaring op. Tevens werd een schadevergoeding van €770 toegekend voor de onrechtmatige bewaring en werden proceskosten van €322 aan eiser toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent een schadevergoeding van €770 toe wegens onrechtmatige staandehouding en fouillering.