ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6657
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit verblijfsvergunning wegens onjuiste toepassing intrekkingsgrond
Eisers, beiden van Surinaamse nationaliteit, hadden een vergunning tot verblijf ontvangen op grond van de tijdelijke regeling witte illegalen. Verweerder trok deze vergunningen in omdat eiser gebruik had gemaakt van een vervalst document en onjuiste gegevens zou hebben verstrekt. De rechtbank oordeelt dat verweerder het verschil miskent tussen de weigeringsgronden en de intrekkingsgrond van artikel 12 Vreemdelingenwet Pro. Voor intrekking is vereist dat de onjuiste voorstelling van zaken aan de vreemdeling kan worden toegerekend, wat hier niet het geval is.
Eiser had toegegeven een vervalst paspoort van zijn oom te hebben gebruikt om zijn werkgever te misleiden, maar heeft geen onjuiste gegevens verstrekt bij de aanvraag die tot vergunningverlening hebben geleid. Verweerder had bovendien nagelaten om voorafgaand aan de vergunningverlening de contra-indicaties te onderzoeken. Hierdoor is het besluit tot intrekking in strijd met de wet genomen.
De vergunning van eiseres, die afhankelijk is van die van eiser, kon daarom ook niet in stand blijven. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit binnen vier weken. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat uitstel van vertrek reeds was verleend. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan eisers vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunningen wordt vernietigd en het beroep van eisers wordt gegrond verklaard.