ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6571
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om vrijstelling van mvv-vereiste op grond van hardheidsclausule bij verblijf bij partner
Verzoekster, van Somalische nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning bij haar Nederlandse partner en verzocht om vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule in artikel 3.71, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000. Zij stelde dat zij geen Somalisch paspoort kan verkrijgen vanwege het ontbreken van een erkende centrale overheid, waardoor het praktisch onmogelijk is om terug te keren naar Somalië of een buurland om aldaar een mvv aan te vragen.
De rechtbank overwoog dat de wetgever slechts in zeer bijzondere, individuele gevallen afziet van het mvv-vereiste en dat de toetsing terughoudend moet zijn. Verzoekster had niet aannemelijk gemaakt dat zij inspanningen had verricht om terugkeer te onderzoeken. Uit stukken van de Immigratie- en Naturalisatiedienst en het IOM bleek niet onomstotelijk dat terugkeer onmogelijk is.
Verweerder stelde dat het niet beschikken over een paspoort primair in de risicosfeer van verzoekster ligt en dat het beroep op de hardheidsclausule niet slaagt omdat het hier gaat om een algemene situatie voor Somaliërs, niet een individuele omstandigheid. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule wordt afgewezen en de uitzetting blijft gehandhaafd gedurende de bezwaarprocedure.