ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6565
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep Afghaanse asielzoeker tegen weigering verblijfsvergunning op humanitaire gronden
Eiser, een Afghaanse nationaliteit, had een aanvraag gedaan voor toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning op grond van klemmende redenen van humanitaire aard (vvtv). Deze aanvraag werd aanvankelijk afgewezen, waarna eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat eiser belang had bij doorprocederen omdat de afwijzende beschikking formele rechtskracht krijgt indien niet in beroep gegaan wordt. De rechtbank toetste het besluit aan het geldende recht ten tijde van de beschikking en concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Afghanistan niet over adequate opvang beschikt of dat hij een reëel risico loopt op vervolging of onmenselijke behandeling.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser over bedreiging door de Taliban en concludeerde dat het vvtv-beleid voor Afghanistan niet automatisch betekent dat er geen adequate opvang is. Ook werd geen klemmende reden van humanitaire aard vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de Afghaanse asielzoeker tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning op humanitaire gronden is ongegrond verklaard.