ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6340
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen opheffing uitstel van vertrek en aanvraag verblijfsvergunning Iraanse asielzoeker
Eiser, een Iraanse asielzoeker en sympathisant van de Koerdische Democratische Partij van Iran (KDPI), verzocht om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning. Zijn aanvraag werd afgewezen en het eerder verleende uitstel van vertrek werd opgeheven. Eiser stelde dat de hoorplicht was geschonden en dat hij gegronde vrees had voor vervolging vanwege zijn politieke activiteiten.
De rechtbank oordeelde dat het uitstel van vertrek reeds was opgeheven vóór de schorsingsbeslissing en dat het horen op grond van artikel 32, tweede lid, Vreemdelingenwet terecht was achterwege gelaten. De stellingen van eiser over vervolging werden niet aannemelijk geacht, mede omdat zijn activiteiten als sympathisant van de KDPI niet leidden tot concrete vervolgingsdreiging.
Verder werd het beroep op het driejarenbeleid verworpen omdat eiser niet voldeed aan de cumulatieve voorwaarden. De rechtbank concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om van het beleid af te wijken en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de opheffing van het uitstel van vertrek en weigering van verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.