ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6327
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. van Es
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens niet voorafgaand horen van eiser
Eiser, van Roemeense nationaliteit, werd op 15 mei 2002 in vreemdelingenbewaring gesteld aansluitend op een strafrechtelijk voortraject. Hij voerde aan dat hij voorafgaand aan de inbewaringstelling niet is gehoord, terwijl dit volgens artikel 5.2 van het Vreemdelingenbesluit 2000 verplicht is. Verweerder stelde dat het gehoor niet kon worden afgewacht vanwege het ontbreken van een tolk.
De rechtbank oordeelde dat het strafrechtelijk traject niet door de vreemdelingenrechter kan worden getoetst en dat verweerder eiser op grond van artikel 5.2 Vb 2000 had moeten horen vóór de inbewaringstelling. Het ontbreken van een tolk via de tolkentelefoon was geen geldige reden om het gehoor niet af te wachten.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde vast dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was toegepast. De Staat werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €665,- voor de zeven dagen onrechtmatige bewaring en tot betaling van de proceskosten van €644,-. Tegen deze beslissing inzake schadevergoeding staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring.