ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6316
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken machtiging voorlopig verblijf ondanks beroep op vrijstellingen en hardheidsclausule
Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, vroeg op 15 november 2000 een verblijfsvergunning aan voor verblijf bij haar Nederlandse partner. De aanvraag werd buiten behandeling gesteld omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiseres voerde aan dat zij vanwege zwangerschap, het Nederlandse paspoort van haar kind, en haar status als slachtoffer van vrouwenhandel vrijstelling van het mvv-vereiste zou moeten krijgen.
De rechtbank stelde vast dat het enkele feit van zwangerschap geen vrijstelling oplevert en dat de rustperiode na de bevalling van zes weken door verweerder als redelijk werd beschouwd. Het beroep op het recht op gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro) en op het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) werd verworpen omdat geen sprake was van inmenging in het gezinsleven en het beleid niet verder ging dan de Nederlandse regelgeving.
Ook het beroep op de vrijstelling voor slachtoffers van vrouwenhandel werd afgewezen omdat eiseres bij de aanvraag niet had aangegeven slachtoffer te zijn en geen aangifte had gedaan. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet verplicht was om haar op die mogelijkheid te wijzen. Het beroep op de hardheidsclausule werd eveneens verworpen omdat er geen sprake was van bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat het mvv-vereiste terecht werd toegepast en dat de aanvraag van eiseres terecht buiten behandeling werd gesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van kosten toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de buiten behandeling stelling van de aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken van een mvv.