ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6314
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling vreemdelinge wegens ontbreken vereiste terugkeerdocumenten
De vreemdelinge is op 5 mei 2002 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze bewaring is op 7 mei 2002 opgeheven, waarna zij werd overgebracht naar het aanmeldcentrum te Rijsbergen. Na afwijzing van haar asielverzoek op 10 mei 2002 is zij opnieuw in bewaring gesteld, nu op grond van artikel 59, tweede lid, Vw2000.
De rechtbank beoordeelt uitsluitend de rechtmatigheid van deze tweede inbewaringstelling. Uit de gedingstukken blijkt dat de vreemdelinge niet beschikt over de noodzakelijke reisdocumenten en dat de verwachting dat deze binnen korte termijn beschikbaar zouden zijn onvoldoende is onderbouwd. Hierdoor is niet voldaan aan de wettelijke vereiste dat fysieke verwijdering zeer nabij moet zijn.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt de opheffing van de bewaring met ingang van 22 mei 2002 en wijst een schadevergoeding toe van €1.040,-- voor de periode van 10 tot en met 21 mei 2002. Tevens worden de proceskosten van €322,-- vergoed. De beslissing over schadevergoeding is definitief, tegen het overige deel kan hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent schadevergoeding en proceskosten toe aan de vreemdelinge.