ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6298
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel wegens ontbreken reëel zicht op uitzetting naar Somalië
Een Somalische vreemdeling zonder geldige papieren werd op 24 januari 2002 de toegang tot Nederland geweigerd en onder een vrijheidsontnemende maatregel geplaatst. De vreemdeling kon niet worden uitgezet naar Somalië omdat er geen claimmogelijkheden waren en vrijwillige terugkeer niet haalbaar bleek door het ontbreken van benodigde reisdocumenten.
De rechtbank stelde uitgebreide vragen aan de Staatssecretaris van Justitie over de mogelijkheden tot uitzetting en documentvoorziening, waarbij bleek dat de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) geen ondersteuning meer bood bij het verkrijgen van laissez-passers of paspoorten via de Somalische permanente missie in Genève. Verweerder kon onvoldoende aannemelijk maken dat de vreemdeling documenten kon verkrijgen om terug te keren.
De vreemdeling weigerde vrijwillige terugkeer, maar de rechtbank oordeelde dat voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel niet gerechtvaardigd was omdat er geen reëel zicht op uitzetting bestond. De maatregel werd daarom per 16 april 2002 opgeheven en de vreemdeling kreeg een gematigde schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige vrijheidsontneming.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven wegens ontbreken van reëel zicht op uitzetting en een schadevergoeding van €697,50 toegekend.