ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6273
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Minister voor Vreemdelingenzaken en rechtmatigheid bewaring vreemdeling
Eiser, een Angolese vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, werd op 24 juli 2002 aangehouden wegens het gebruik van een vals paspoort. Op 25 juli 2002 werd hij in bewaring gesteld door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, met het oog op uitzetting. Eiser stelde beroep in tegen deze bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank onderzocht of de Minister bevoegd was de beslissing te nemen, waarbij werd vastgesteld dat door een Koninklijk Besluit van 22 juli 2002 de Minister zonder portefeuille belast met vreemdelingenzaken bevoegd is geworden. Deze bevoegdheid werd gemandateerd aan het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
Verder oordeelde de rechtbank dat de procedure en uitvoering van de bewaring voldeden aan de wettelijke vereisten, waaronder tijdige melding aan het penitentiair selectiecentrum. De rechtbank vond de vrees gerechtvaardigd dat eiser zich aan uitzetting zou onttrekken, mede vanwege het ontbreken van een geldig identiteitsdocument en het gebruik van een vals paspoort.
Gezien het zicht op spoedige uitzetting en de medewerking van de Angolese autoriteiten, werd de bewaring als gerechtvaardigd beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.