ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6170
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verblijfsalternatief in Pakistan niet rechtsgeldig tegengeworpen bij asielaanvraag
Eiseres, een vrouw van Afghaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Haar aanvraag werd geweigerd omdat zij voorafgaand aan haar komst zes dagen in Pakistan verbleef, waardoor verweerder haar een verblijfsalternatief in dat land tegenwierp op grond van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder j, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en hoofdstuk C1/5.12 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000).
De rechtbank overwoog dat het beleid over het verblijfsalternatief in hoofdstuk C1/5.12 Vc 2000 niet is vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, zoals vereist in artikel 31, derde lid, Vw 2000. Daarom kon verweerder dit beleid niet toepassen om de verblijfsvergunning te weigeren.
Daarnaast werd het asielrelaas van eiseres onderzocht, waarbij werd vastgesteld dat zij niet als vluchteling kon worden aangemerkt op grond van de activiteiten van haar echtgenoot en de situatie met de Taliban. Wel werd geoordeeld dat de weigering op grond van het verblijfsalternatief onrechtmatig was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het gericht was tegen de weigering van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid onder d, Vw 2000, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder opnieuw moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 644,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.