ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5540
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Quadekker
- Wattel
- Goudswaard
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 15 juli 2002 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die samen met een ander gedurende meer dan een half jaar cocaïne heeft vervoerd en verhandeld. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk.
Tijdens de terechtzitting op 1 juli 2002 is verdachte, bijgestaan door raadsvrouw mr P. Vellekoop, gehoord. De rechtbank verklaarde het openbaar ministerie niet ontvankelijk ten aanzien van het tweede feit, omdat dit feit reeds besloten lag in het eerste feit. De bewezenverklaring betrof medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, eerste lid, onder B van de Opiumwet.
De rechtbank achtte het bewezenverklaarde wettig en overtuigend bewezen en oordeelde dat verdachte strafbaar is, aangezien geen strafuitsluitingsgronden zijn gebleken. Gezien de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd, waarbij een deel voorwaardelijk werd gesteld om herhaling te voorkomen.
Daarnaast werden diverse inbeslaggenomen voorwerpen beoordeeld: één voorwerp werd verbeurd verklaard, twee voorwerpen onttrokken aan het verkeer, en vier voorwerpen werden teruggegeven aan verdachte. De tijd in verzekering en voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.