ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5532
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging van besluit weigering verblijf op grond van ondeugdelijke feitelijke grondslag
Eiseres, een Egyptische vrouw, verzocht om verblijf bij haar in Nederland verblijvende zoon vanwege haar ernstige medische beperkingen en behoefte aan verzorging. Na terugkeer naar Egypte met een retourvisum kon zij aanvankelijk niet terugkeren. Ondanks meerdere pogingen lukte het haar niet om een nieuw verblijfsdocument te verkrijgen. Verweerder wees haar aanvraag af met de stelling dat zij geen belang meer had omdat zij niet in Nederland verbleef en dat zij pas ruim een jaar na vertrek pogingen had gedaan terug te keren.
De rechtbank constateerde echter dat eiseres vlak voor de zitting met een geldig reisvisum in Nederland was teruggekeerd en zich had aangemeld bij de vreemdelingendienst. Verweerder was hiervan niet op de hoogte bij het besluit. Ook bleek dat eiseres al eerder had aangegeven te willen terugkeren en dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de medische omstandigheden die haar terugkeer bemoeilijkten. De rechtbank oordeelde dat het besluit op meerdere punten berustte op ondeugdelijke feitelijke grondslagen en onvoldoende was gemotiveerd.
Daarnaast stelde eiseres zich op het standpunt dat zij aanspraak maakte op het ouderenbeleid, omdat zij ouder was dan 65 jaar, wat verweerder betwistte. De rechtbank vond dat verweerder hier niet adequaat op was ingegaan. Ook het driejarenbeleid werd besproken, waarbij de rechtbank aannam dat eiseres de beslissing op bezwaar in Nederland mocht afwachten en dat het niet tijdig terugkeren haar niet kon worden toegerekend.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, bepaalde dat binnen acht weken een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van de uitspraak, en veroordeelde verweerder in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter R. Depping op 8 mei 2002.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van verblijf wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.