ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5523
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toegang tot Nederland geweigerd ondanks geldig Schengenvisum voor familiebezoek
Verzoekster, van Kongolese nationaliteit, werd op 18 april 2002 op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd terwijl zij beschikte over een geldig paspoort en Schengenvisum voor familiebezoek in Frankrijk. Zij had tevens een garantverklaring van haar broer in Frankrijk en een retourticket. Verweerder stelde dat er twijfel bestond over het verblijfsdoel en dat verzoekster onvoldoende middelen had voor het verblijf.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het doel en de verblijfsomstandigheden ten tijde van de weigering voldoende duidelijk waren aangetoond. De asielaanvraag van verzoekster, gedaan na de weigering, kon niet worden gebruikt om de initiële weigering te rechtvaardigen. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat verzoekster onvoldoende middelen had, mede gelet op het retourticket en de garantverklaring.
Verder bleek uit de incidentennotitie dat verzoekster niet was geconfronteerd met de beperkte geldigheidsduur van haar visum en dus niet de kans had om hierop te reageren. De voorzieningenrechter concludeerde dat verweerder de toegang ten onrechte had geweigerd zonder deugdelijk onderzoek en verslaglegging.
De voorlopige voorziening werd toegewezen, waardoor verzoekster behandeld moest worden alsof haar toegang tot Nederland was verleend gedurende de behandeling van het administratief beroep. Verweerder werd tevens veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening werd toegewezen en verzoekster moest behandeld worden alsof toegang was verleend.