ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5499
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vrijheidsontneming minderjarige kinderen in Grenshospitium
De vreemdelinge, samen met haar drie minderjarige kinderen, werd op 19 februari 2002 de toegang tot Nederland geweigerd en geplaatst in het Grenshospitium onder een vrijheidsontnemende maatregel ex artikel 6 Vreemdelingenwet Pro 2000. De maatregel werd gehandhaafd ondanks een uitdrukkelijk verzoek om plaatsing in een minder ingrijpend onderzoeks- en opvangcentrum (OC).
De rechtbank stelt vast dat de maatregel op zichzelf niet onrechtmatig is bij minderjarige kinderen, maar dat verweerder had moeten motiveren hoe de belangen van de kinderen waren meegewogen, conform artikel 3 en Pro 37 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Twee van de kinderen waren zeer jong en leden ernstig onder het verblijf in het Grenshospitium, wat medisch werd bevestigd.
Verweerder kon het grote belang van grensbewaking niet voldoende onderbouwen om af te wijken van het verzoek tot minder ingrijpende plaatsing. De rechtbank oordeelt dat de vrijheidsontnemende maatregel vanaf 22 februari 2002 onrechtmatig was en beveelt opheffing per 1 maart 2002. Tevens wordt aan de vreemdelinge een schadevergoeding van €315 toegekend voor de onrechtmatige bewaring, terwijl proceskosten van €322 worden toegewezen.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel in het Grenshospitium is onrechtmatig verklaard en opgeheven per 1 maart 2002, met toekenning van schadevergoeding aan de vreemdelinge.