ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5490
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling en toepassing gelijkheidsbeginsel bij capaciteitsproblemen
De vreemdeling, van Chinese nationaliteit, werd op 5 mei 2002 in bewaring gesteld wegens illegaal verblijf en het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. Hij maakte bezwaar tegen de bewaring, stellende dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat asielaanvragers uit dezelfde groep vrijgelaten werden terwijl hij in bewaring bleef.
De rechtbank overwoog dat de grote onverwachte omvang van de groep illegale Chinezen, gecombineerd met beperkte celcapaciteit en te verwachten arrestaties wegens openbare orde, een organisatorisch probleem vormde. De keuze om asielaanvragers vrij te laten met een meldingsplicht was een redelijke en niet willekeurige maatregel, mede omdat het indienen van een asielaanvraag juridische en organisatorische consequenties heeft.
Verder stelde de rechtbank vast dat de bewaring rechtmatig was opgelegd op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000, gelet op het ontbreken van geldige verblijfsdocumenten, het onttrekken aan toezicht en het vermoeden van ontduiking van uitzetting. De vreemdeling was eerder gepresenteerd bij Chinese autoriteiten zonder resultaat, maar er was zicht op een nieuwe presentatie.
De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat de bewaring niet onredelijk was en dat geen grond bestond voor schadevergoeding. Het verzoek om opheffing van de bewaring werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.