ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5343
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.F. Miedema
- E. de Greeve
- A.T.B. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing weigering verblijfsvergunning Angola wegens humanitaire situatie
Eiser, een Angolese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000 vanwege de slechte humanitaire situatie in Angola en persoonlijke vervolgingsvrees. De Staatssecretaris weigerde de vergunning en beëindigde het uitstel van vertrekbeleid (uvv) op basis van ambtsberichten die een vermeende verbetering van de situatie signaleren.
De rechtbank beoordeelde de feiten, waaronder de ambtsberichten van 2000 en 2001, en concludeerde dat de humanitaire situatie in Angola aanhoudend slecht is, met ernstige mensenrechtenschendingen en veiligheidsrisico's. De rechtbank vond dat de Staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) werd verleend, terwijl het uvv-beleid juist gebaseerd was op humanitaire gronden.
Verder oordeelde de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk vervolging riskeert, maar dat dit niet afdoet aan de noodzaak van beschermingsbeleid vanwege de humanitaire omstandigheden. De rechtbank vernietigde de bestreden beschikking en beval een nieuw besluit met inachtneming van deze overwegingen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Tot slot veroordeelde de rechtbank de Staatssecretaris in de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken op 11 juli 2002.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.