ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5274
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor vreemdeling uit Sierra Leone
Eiser, een vreemdeling van Sierra Leoonse nationaliteit, heeft op 23 februari 2000 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft op 12 september 2001 een verblijfsvergunning verleend met ingang van 1 juni 2001, gebaseerd op artikel 29, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser betwist de ingangsdatum van de vergunning en stelt dat deze vanaf de datum van aanvraag, 23 februari 2000, zou moeten gelden. Hij voert aan dat deze datum van belang is voor de omzetting naar een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en voor andere rechten zoals naturalisatie. Verweerder stelt dat er geen belang is bij doorprocederen over de ingangsdatum zolang de vergunning niet wordt ingetrokken.
De rechtbank stelt vast dat verweerder ten tijde van de aanvraag geen beleid van categoriale bescherming voerde voor asielzoekers uit Sierra Leone en dat op basis van een ambtsbericht van 3 oktober 2000 een dergelijk beleid is geïndiceerd vanaf 1 juni 2001. De rechtbank kan slechts marginaal toetsen en ziet geen kennelijke onredelijkheid in de vaststelling van deze ingangsdatum. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er wordt geen veroordeling in de proceskosten uitgesproken. De uitspraak is gedaan door mr. drs. T.M.L. Veen en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2002.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning op 1 juni 2001.