ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5242
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vreemdelingenbewaring wegens rechtmatig verblijf
Eiseres, een Bulgaarse vrouw, werd op 21 mei 2002 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring werd echter al op 22 mei 2002 opgeheven toen bleek dat zij rechtmatig in Nederland verbleef vanwege een lopende aanvraag voor een verblijfsvergunning. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) had daags na de opheffing een kennisgeving verzonden, die volgens de rechtbank ook in dat geval verplicht is.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen de bewaring ontvankelijk is, ook al was de bewaring reeds opgeheven, omdat de wetstekst van artikel 94 Vw Pro 2000 geen uitzondering hiervoor bevat. De rechtbank benadrukt dat de IND haar praktijk moet aanpassen en kennisgevingen ook moet verzenden als de bewaring al is opgeheven.
Inhoudelijk is het besluit tot bewaring vernietigd omdat het onterecht was aangenomen dat eiseres niet rechtmatig verbleef. De rechtbank stelt dat verweerder gebruik had moeten maken van de mogelijkheid tot verlengde ophouding om duidelijkheid te verkrijgen over het rechtmatig verblijf. Verzoeken om schadevergoeding en proceskostenveroordeling worden afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.W.M. van Hoof op 13 juni 2002, waarbij het beroep gegrond werd verklaard en het besluit tot bewaring werd vernietigd.
Uitkomst: Het besluit tot vreemdelingenbewaring wordt vernietigd omdat eiseres rechtmatig in Nederland verbleef.