ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4586
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.F.J.M. Schröder
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens strijdig binnentreden woning vreemdeling
Eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, werd op 12 maart 2002 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. Hij stelde beroep in tegen deze bewaring en vorderde opheffing en schadevergoeding. De rechtbank onderzocht of het binnentreden in de woning van eiser en de daaropvolgende bewaring rechtmatig waren volgens de Algemene Wet op het Binnentreden (Awbi) en de Vreemdelingenwet 2000.
Uit het dossier bleek niet duidelijk onder welke omstandigheden de politieambtenaren de woning van eiser waren binnengetreden. Er ontbrak een verslag van het binnentreden en de verweerder kon hierover geen nadere informatie verschaffen. De rechtbank oordeelde daarom dat het binnentreden in strijd was met de Awbi, wat leidde tot onrechtmatigheid van de staandehouding en inbewaringstelling.
De rechtbank stelde dat het belang van de inbewaringstelling niet in redelijke verhouding stond tot de geschonden belangen door het onrechtmatige binnentreden, dat een grondrecht betreft. Hierdoor was de bewaring van meet af aan onrechtmatig. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval opheffing van de bewaring en kende eiser een schadevergoeding toe van €855 voor de periode dat hij in bewaring was.
Daarnaast werden de proceskosten van €644 toegewezen aan eiser, te vergoeden door de Staat der Nederlanden. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter van de rechtbank 's-Gravenhage op 3 april 2002.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens onrechtmatig binnentreden en er wordt een schadevergoeding van €855 toegekend.