ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4583
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring vreemdeling wegens zwangerschap en presentatie bij autoriteiten
De vreemdeling, van Surinaamse nationaliteit, werd op 2 april 2002 strafrechtelijk aangehouden en op 4 april 2002 overgedragen aan de vreemdelingenpolitie, waarna zij in bewaring werd gesteld wegens illegaal verblijf en vrees voor ontduiking van uitzetting.
De rechtbank stelt vast dat de maatregel van bewaring rechtmatig is opgelegd, gelet op het ontbreken van rechtmatig verblijf, het ontbreken van identiteitspapieren, het gebruik van een alias en het feit dat de vreemdeling zich niet heeft aangemeld bij de korpschef.
Echter, gezien het feit dat de vreemdeling eind april 2002 zal bevallen en hiervoor voorzieningen heeft getroffen, en dat zij op 17 april 2002 zal worden gepresenteerd bij de Surinaamse autoriteiten voor een laissez-passer, weegt haar belang om in vrijheid te zijn na presentatie zwaarder dan het belang van voortzetting van de bewaring.
De rechtbank beveelt daarom de opheffing van de bewaring uiterlijk 17 april 2002 en stelt dat daarna volstaan kan worden met een meldplicht. Het beroep wordt deels gegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen en de proceskosten worden aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt uiterlijk 17 april 2002 opgeheven en vervangen door een meldplicht.