ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4502
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens dienstweigering en amnestiewet
Verzoeker, een staatsburger van de Federale Republiek Joegoslavië, heeft een aanvraag om toelating als vluchteling ingediend wegens dienstweigering en desertie uit het Joegoslavische leger. Aanvankelijk gold werkinstructie 234, die toelating als vluchteling mogelijk maakte voor personen die in de periode van 28 februari 1998 tot 26 juni 1999 dienst hadden geweigerd.
Echter, met het Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire (TBV) 2001/14 van 11 mei 2001 is het beleid gewijzigd. Dit bericht bepaalt dat op nog openstaande asielaanvragen het toen geldende beleid moet worden toegepast, waarbij asielzoekers die zich beroepen op dienstweigering vóór 7 oktober 2000 in beginsel niet meer in aanmerking komen vanwege de amnestiewet van 3 maart 2001.
De rechtbank oordeelt dat deze beleidswijziging niet kennelijk onredelijk is en dat het overgangsrecht met onmiddellijke werking gerechtvaardigd is. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bijzondere omstandigheden heeft om anders te worden beoordeeld. De amnestiewet wordt nageleefd en zorgt ervoor dat dienstweigeraars en deserteurs niet worden vervolgd. Daarom bestaat geen redelijke twijfel dat verzoeker aanspraak kan maken op een verblijfsvergunning asiel.
Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen wordt daarom afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor vergoeding van griffierechten of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen en uitzetting mag doorgaan.