ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3714
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Blomsma
- E.F. Smeele
- A.E.M. Effting-Zeguers
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen weigering verblijfsvergunning voor Somalische minderheid
Eiser, van Somalische nationaliteit en behorend tot de Boon-minderheid, verzocht om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning in Nederland. Zijn aanvraag werd geweigerd omdat hij zich niet onverwijld na binnenkomst had gemeld en omdat volgens het beleid een veilig verblijfsalternatief in het noorden van Somalië bestaat.
Eiser stelde dat hij slachtoffer was van vervolging door leden van de Abgal-clan, wat vluchtelingenstatus zou rechtvaardigen. Hij voerde aan dat de situatie voor minderheden in Puntland en Somaliland onveilig is en dat het beleid onvoldoende rekening houdt met de kwetsbaarheid van minderheidsgroepen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder een ruime beleidsvrijheid heeft en dat de beleidswijziging gebaseerd is op ambtsberichten en uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is vastgesteld dat voor leden van de Boon een verblijfsalternatief bestaat. De rechtbank achtte het niet aannemelijk dat eiser een reëel risico loopt op vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer.
Gelet hierop is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 21 maart 2002.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens het bestaan van een veilig verblijfsalternatief in Somalië.