ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3471
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens mogelijke vervolging voor activiteiten CDP
Verzoekers, leden van de Chinese Democratische Partij (CDP), vroegen asiel aan wegens gegronde vrees voor vervolging in China. Verweerder wees de aanvragen af, stellende dat de CDP pas medio 1998 was opgericht en dat verzoekers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij vervolgd zouden worden.
De rechtbank oordeelde dat twijfel bestaat over de oprichtingsdatum van de CDP en dat verzoekers aannemelijk maakten betrokken te zijn bij oppositieactiviteiten. Ondanks onduidelijkheden over details en bewijs, was er onvoldoende reden om het relaas van verzoekers zonder meer te verwerpen.
Gezien de situatie, waaronder detentie en mishandeling, en het feit dat verzoekers ook in Nederland actief waren voor de CDP, is niet buiten twijfel gesteld dat zij bij terugkeer een reëel risico lopen op behandeling die bescherming vereist onder artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000.
De voorzieningenrechter besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor uitzetting wordt opgeschort totdat op bezwaar is beslist. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan verzoekers toegekend.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en verbiedt uitzetting van verzoekers tot op bezwaar is beslist.