ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3456
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting ongewenstverklaarde vreemdeling
Verzoekster, een ongewenstverklaarde vreemdelinge, en haar minderjarige dochter hebben een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen zolang hun bezwaarschriften en aanvragen voor een verblijfsvergunning in behandeling zijn. De rechtbank beoordeelt dit tegen het oude vreemdelingenrecht, waarin geen vergelijkbare vertrekplicht als in de huidige Vreemdelingenwet 2000 bestond.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de enkele ongewenstverklaring niet betekent dat verzoekster en haar dochter de behandeling van hun aanvragen niet in Nederland mogen afwachten. De vreemdelingendienst heeft nog geen besluit genomen over uitzetting, en de aanvraag mag in Nederland worden afgewacht tenzij er gevaar voor de openbare orde is.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster en haar dochter belang hebben bij de voorlopige voorziening en verbiedt de uitzetting totdat op het bezwaarschrift en de aanvraag is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter Bruin op 14 februari 2002.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoekster en haar dochter totdat op hun bezwaarschriften en verblijfsaanvragen is beslist.