ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3430
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering machtiging voorlopig verblijf minderjarige wegens verbroken feitelijke gezinsband
Eiser, een minderjarig kind van Marokkaanse nationaliteit, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om bij zijn moeder in Nederland te verblijven. De aanvraag werd geweigerd omdat volgens verweerder de feitelijke gezinsband tussen eiser en zijn moeder was verbroken, aangezien eiser sinds 1996 bij zijn grootouders in Marokko verbleef en de moeder pas in 1999-2000 aantoonde pogingen te hebben gedaan hem naar Nederland te halen.
De rechtbank oordeelde dat de uitleg van het begrip 'feitelijk behoren tot het gezin' en de beoordeling van de feitelijke gezinsband een marginale toetsing niet rechtvaardigt. Tevens wees de rechtbank op een beleidsnotitie van 29 oktober 2001 waarin het beleid omtrent gezinshereniging werd herijkt, met een termijn van vijf jaar waarbinnen de gezinsband wordt verondersteld te bestaan.
Verweerder had onvoldoende rekening gehouden met deze beleidswijziging en met het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 21 december 2001 inzake Sen tegen Nederland. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval een nieuw besluit te nemen, waarbij verweerder de beleidswijziging en jurisprudentie moet betrekken. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder dient een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de beleidswijziging en jurisprudentie.