ECLI:NL:RBSGR:2002:AE2666
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfsvergunning asiel wegens verblijf in derde land Pakistan
Eiser, een Afghaan die in december 2000 uit Afghanistan vluchtte vanwege dreiging van de Taliban, vroeg asiel aan in Nederland. Verweerder weigerde de aanvraag op grond van artikel 29, eerste lid onder d, Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser zes dagen in Pakistan verbleef voordat hij naar Nederland kwam.
De rechtbank beoordeelde of de weigering rechtmatig was en concludeerde dat verweerder in redelijkheid kon aannemen dat Pakistan een verblijfsalternatief bood. De beleidsregels en jurisprudentie laten geen termijn gelden voor het verblijf in een derde land en eisen niet dat de vreemdeling daadwerkelijk toegang krijgt tot dat land.
Eiser voerde aan dat hij in Pakistan geen bescherming zou krijgen en dat Afghanen daar vaak worden teruggestuurd, maar de rechtbank vond de ambtsberichten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en andere documenten overtuigend. Er waren geen concrete aanwijzingen dat eiser geen toegang tot Pakistan zou krijgen of onder schrijnende omstandigheden zou verblijven.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zijn beleidsregel rechtmatig toepaste en dat het beroep ongegrond was. Er werden geen kosten aan een partij toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard vanwege het verblijf in Pakistan als verblijfsalternatief.