ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1950
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en ambtshalve weigering verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling
Eiser, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo, verzocht in december 2000 om asiel in Nederland. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees zijn aanvraag op 19 juni 2001 af, mede wegens het ontbreken van documenten die zijn identiteit, nationaliteit en reisroute konden bevestigen. Daarnaast vertoonde het asielrelaas van eiser diverse inconsistenties en vage verklaringen, wat afbreuk deed aan de geloofwaardigheid.
Eiser stelde dat het ontbreken van reisdocumenten niet aan hem kon worden toegerekend en verwees naar de politieke onrust in zijn land van herkomst. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de documenten niet kon overleggen door omstandigheden buiten zijn schuld. Ook werden de tegenstrijdigheden in zijn verhaal niet voldoende verklaard, en de stelling dat psychische problemen deze konden verklaren was niet onderbouwd.
Verder werd overwogen dat de bestreden beschikking ook de ambtshalve weigering van een verblijfsvergunning voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) omvatte. De rechtbank stelde dat het beroepschrift voor zover het betrekking had op deze weigering, doorgezonden moest worden als bezwaarschrift, maar dat eiser dit standpunt niet betwistte.
De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht was afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien om eiser te horen na het nader gehoor en geen kosten werden aan eiser opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en ambtshalve weigering van een verblijfsvergunning amv wordt ongegrond verklaard.