ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1944
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening inzake schorsende werking bezwaar verblijfsvergunning amv
Verzoeker, een alleenstaande minderjarige vreemdeling van Iraanse nationaliteit, heeft bezwaar gemaakt tegen de ambtshalve weigering van de staatssecretaris van Justitie om hem in aanmerking te brengen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (amv-vergunning). Verzoeker verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen zodat uitzetting achterwege zou blijven totdat het bezwaar en beroep waren beslist.
De kern van het geschil betrof de vraag of het bezwaar schorsende werking heeft. Verweerder stelde dat dit niet het geval was omdat het besluit ambtshalve was genomen en niet op aanvraag. De voorzieningenrechter volgde deze stelling niet en oordeelde dat het bezwaar wel degelijk schorsende werking heeft, omdat er geen wezenlijk verschil is tussen een ambtshalve genomen besluit en een besluit op aanvraag wat betreft de rechtsgevolgen.
Als gevolg van deze schorsende werking heeft verzoeker geen redelijk belang bij de gevraagde voorlopige voorziening, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank wees het verzoek af zonder inhoudelijke beoordeling van de overige geschilpunten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar schorsende werking heeft.