ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1942
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- J.M. Sassenburg
- T. de Lange
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wegens onvoldoende vluchtelingenstatus
Eiser, afkomstig uit Afghanistan en behorend tot de Tadjiek-bevolkingsgroep, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij vreesde vervolging door de Taliban vanwege zijn religie, etnische achtergrond en het vervaardigen van dameskleding, wat verboden is door de Taliban. De rechtbank beoordeelde het asielrelaas en concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk vervolging riskeert.
De rechtbank oordeelde dat het beleid waarbij artikel 30 lid 1 onder Pro b van de Vreemdelingenwet 2000 niet wordt toegepast in dergelijke gevallen redelijk is. Er was geen sprake van strijd met artikel 3 EVRM Pro. Eiser had geen concrete feiten aangevoerd die een reëel risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer aantonen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de omstandigheden niet vergelijkbaar waren met andere zaken.
Het bezwaar van eiser werd als kennelijk ongegrond verklaard en het beroep bij de rechtbank werd eveneens afgewezen. De rechtbank vond dat verweerder terecht van het horen van eiser heeft afgezien en dat het besluit niet in strijd was met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het beroep werd ongegrond verklaard en er was geen aanleiding voor toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser op een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt ongegrond verklaard.