ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1386
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens termijnoverschrijding TBV 1999/23
Eiser, een Turkse vreemdeling die sinds 1990 in Nederland verblijft, diende op 21 maart 2000 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van de tijdelijke regeling witte illegalen (TBV 1999/23). Verweerder wees de aanvraag af omdat deze niet binnen de gestelde termijn van 1 oktober tot 1 december 1999 was ingediend. Eiser stelde dat hij mocht vertrouwen op een toezegging in een krantenartikel dat de termijn niet 'fataal' zou zijn, en dat zijn aanvraag bij tijdige indiening buiten behandeling zou zijn gesteld wegens onvolledigheid.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Het krantenartikel was niet gedragsbepalend omdat de geldigheidsduur van de regeling op het moment van publicatie al was verstreken en het artikel slechts sprak over een mogelijke termijnverlenging van enkele dagen, terwijl eiser ruim drieëneenhalve maand te laat was. Daarnaast ontbraken klemmende humanitaire redenen of bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank stelde vast dat de voorwaarden van TBV 1999/23 harde criteria zijn, met name de termijn van indiening, die essentieel is voor het eenmalige karakter van de regeling. De belangenafweging door verweerder was redelijk en het besluit niet in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het griffierecht werd niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening en het ontbreken van verschoonbare omstandigheden.