ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0898
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verblijfsvergunning aanvraag Reer Hamar met medische en humanitaire gronden
Eiser, een lid van de Reer Hamar bevolkingsgroep uit Somalië, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De aanvraag werd afgewezen door verweerder, de IND, met het argument dat terugkeer naar het relatief veilige deel van Somalië voor minderheden zoals eiser niet van bijzondere hardheid zou zijn. Tevens werd betoogd dat eiser niet voldeed aan de criteria voor vluchtelingenstatus en dat de AC-procedure correct was gevolgd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de persoonlijke omstandigheden van eiser, waaronder hoge leeftijd en medische klachten zoals suikerziekte en impotentie, niet tot een uitzondering leidden. De rechtbank vond het aannemelijk dat terugkeer voor eiser zwaarder zou zijn dan voor anderen. Ook werd geoordeeld dat de overschrijding van de 48 proces-uren binnen de AC-procedure niet onzorgvuldig was.
De rechtbank verwierp de stelling dat de medische en humanitaire gronden niet asielgerelateerd waren en benadrukte dat deze wel degelijk relevant zijn voor de beoordeling van het verblijfsalternatief. Gezien de ontoereikende motivering vernietigde de rechtbank de beschikking en beval een hernieuwde beslissing met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beschikking vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent persoonlijke en medische omstandigheden.