ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0895
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over bezwaar tegen signalering als ongewenst vreemdeling in opsporingsregister
Eiser is veroordeeld voor een drugsdelict en daaropvolgend als ongewenst vreemdeling voor vijf jaar gesignaleerd in het opsporingsregister (OPS). Eiser maakte bezwaar tegen deze signalering en verzocht om opheffing. Verweerder stelde zich niet bevoegd om te beslissen over het verzoek tot opheffing en verwees naar de Divisie Centrale Recherche Informatie (CRI).
Eiser stelde beroep in tegen de brief waarin verweerder stelde niet bevoegd te zijn en dat het bezwaar niet-ontvankelijk zou zijn. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet tijdig op het bezwaar had beslist, waardoor het beroep gegrond was. Tevens werd geoordeeld dat de signalering wel degelijk een besluit is waartegen bezwaar mogelijk is.
De rechtbank onderscheidde twee procedures: een verzoek tot tussentijdse opheffing bij de CRI en een bezwaar tegen de aanwijzing tot signalering bij verweerder. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken op het bezwaar te beslissen en werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar tegen de signalering als ongewenst vreemdeling is gegrond verklaard en verweerder is opgedragen binnen zes weken te beslissen.