ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0885
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens reëel risico op schending artikel 3 EVRM bij terugkeer Rohingya naar Myanmar
Eiser, een staatloze Rohingya uit Myanmar, verzocht om asiel vanwege zijn etnische afkomst en de zorgwekkende positie van Rohingya's in Myanmar. Hij legde een asielrelaas af waarin hij mishandeling en dwangarbeid door Myanmarese autoriteiten beschreef. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het verhaal en het ontbreken van voldoende bewijs voor vervolging.
De rechtbank stelde vast dat eiser tot de Rohingya-bevolkingsgroep behoort en dat de situatie van deze minderheidsgroep in Myanmar ernstig is, met verhoogde risico's op dwangarbeid en onderdrukking. Ondanks twijfels over de geloofwaardigheid van sommige verklaringen, vond de rechtbank onvoldoende motivatie om aan te nemen dat eiser bij terugkeer geen reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een algemeen ambtsbericht en de problematische situatie van Rohingya's voldoende aanleiding geeft om het beroep gegrond te verklaren. Verweerder werd veroordeeld tot het betalen van proceskosten en moest het bezwaar opnieuw beoordelen met inachtneming van de overwegingen.
Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivatie dat eiser geen reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM.