ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0879
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J. van Bennekom
- L. van Es
- J.S. Reid
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning wegens twijfel aan nationaliteit en identiteit
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Verweerder twijfelt aan de Liberiaanse nationaliteit van eiser vanwege inconsistenties in zijn verklaringen en gebrek aan bewijs. De rechtbank constateert dat het nationaliteitsgehoor onzorgvuldig is verlopen, maar acht de twijfels aan de identiteit van eiser gegrond.
Verweerder heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken, maar de rechtbank oordeelt dat dit onvoldoende grond is en verklaart het beroep ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt vervolgens de inhoudelijke gronden en stelt vast dat eiser niet als vluchteling kan worden aangemerkt en ook niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden of het driejarenbeleid.
De rechtbank overweegt dat het niet binnen zes maanden beslissen op de aanvraag geen recht geeft op een vergunning en dat het ontbreken van een presentatie bij de Liberiaanse ambassade niet onzorgvuldig is. Ook is geen schending van de hoorplicht vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning wordt afgewezen.