ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0804
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kortenhorst
- Valk
- Oskam
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen en voorbereiden van XTC-productie en wapenbezit
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 25 maart 2002 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van betrokkenheid bij de productie en handel in verdovende middelen, met name XTC-pillen, en het bezit van wapens en munitie.
Het onderzoek toonde aan dat verdachte samen met anderen gedurende ruim anderhalf jaar halffabrikaten van MDMA, amfetamine en metamfetamine heeft bereid en bewerkt, en voorbereidingshandelingen heeft verricht met betrekking tot het verwerken en verkopen van eindproducten. Daarnaast werd een hoeveelheid MDMA en amfetamine in zijn woning aangetroffen. Verdachte maakte gebruik van faciliteiten van een legaal straal- en coatingbedrijf, wat het opsporingsonderzoek bemoeilijkte. Tevens had verdachte een vuurwapen en munitie in bezit.
De verdediging voerde onder meer schending van de beginselen van een goede procesorde aan en betoogde dat bewijs onrechtmatig was verkregen. Ook werd een beroep gedaan op niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie wegens ne bis in idem voor een deel van de tenlastelegging. De rechtbank verwierp deze verweren, behalve dat zij het voorbereiden van het bereiden en bewerken van halffabrikaten als reeds begrepen in een ander feit beschouwde en de officier van justitie daarvoor niet-ontvankelijk verklaarde.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de genoemde feiten en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van vijf jaren, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis doorgebracht. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor medeplegen van drugshandel en wapenbezit.