ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0289
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.F.J.M. Schröder
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens disproportioneel transport van vreemdeling
Eiser, een Bulgaarse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, werd op 22 januari 2002 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. Hij werd op grond van artikel 50, derde lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor. De transportduur bedroeg echter zeseneenhalf uur, terwijl de afstand normaal gesproken in ruim een half uur kan worden afgelegd.
De rechtbank stelt vast dat de Vw 2000 geen maximale termijn aan het transport verbindt, maar dat het gebruik van deze bevoegdheid volgens artikel 5:13 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb) niet langer mag duren dan redelijkerwijs noodzakelijk is. Verweerder kon geen rechtvaardiging geven voor de lange transportduur. Hierdoor is disproportioneel gebruik gemaakt van de bevoegdheid tot vrijheidsontneming.
De daaropvolgende bewaring is daarom onrechtmatig omdat de belangen niet in verhouding staan tot het gebrek. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring en kent een schadevergoeding van 1060 euro toe. Tevens worden proceskosten aan eiser vergoed.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens disproportioneel transport en er wordt een schadevergoeding van 1060 euro toegekend.