ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0286
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang bij niet tijdig beslissen verblijfsaanvraag
Verzoeker, een Syrische nationaliteit, diende op 18 januari 2002 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning na geweigering van toegang op Schiphol. Verzoeker stelde dat de beslistermijn van 48 uur was overschreden en verzocht om een voorlopige voorziening om alsnog toegelaten te worden.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker geen spoedeisend belang had, omdat het beroep tegen het niet tijdig beslissen toereikend is en deze procedure snel wordt behandeld. Tevens was de aanvraag inmiddels uit de AC-procedure gehaald en wordt deze nu volgens artikel 3.116 van het Vreemdelingenbesluit 2000 behandeld, waarbij een termijn van zes maanden geldt.
De rechtbank verwierp de stelling dat verweerder niet bevoegd zou zijn om over te stappen van de AC-procedure naar de gewone procedure, en stelde dat de maatregel van vrijheidsontneming conform artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig is. Het verzoek werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd als prematuur beoordeeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van spoedeisend belang.