ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0270
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J. Agema
- R. Depping
- H.J. Bastin
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beleid categoriale bescherming en vvtv-intrekking voor Somalische Bantu
Eiser, een Somalische Bantu, verzocht om toelating tot Nederland als vluchteling en om een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv). Zijn aanvraag werd afgewezen en de vvtv ingetrokken omdat verweerder oordeelde dat hij een veilig verblijfsalternatief had in het relatief veilige deel van Somalië. Eiser voerde aan dat hij persoonlijk vervolging en traumatische omstandigheden had meegemaakt en dat het onderscheid tussen veilig en onveilig deel van Somalië marginaal was.
De rechtbank beoordeelde het beleid van categoriale bescherming en het criterium voor het binnenlands verblijfsalternatief. Zij vond dat verweerder binnen zijn beleidsvrijheid handelde en dat het onderscheid tussen het zuidelijke onveilige deel en het noordelijke en centrale relatief veilige deel van Somalië voldoende was onderbouwd door ambtsberichten. Ook voor de Bantu in het veilige deel bestond geen categoriaal risico voor lijf en leden.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser over de onveiligheid van het veilige deel en concludeerde dat de intrekking van de vvtv terecht was. Er waren geen individuele omstandigheden die het verblijfsalternatief konden weerleggen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beschikking bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn vluchtelingenstatus en de intrekking van zijn vvtv is ongegrond verklaard.