ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0255
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J. Agema
- R. Depping
- H.J. Bastin
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over categoriale bescherming en verblijfsalternatief voor Midgan uit Somalië
Eiser, een lid van de Midgan-bevolkingsgroep uit het zuiden van Somalië, verzocht om een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) in Nederland vanwege de onveilige situatie in zijn land van herkomst. Verweerder wees de aanvraag af met het argument dat eiser een veilig verblijfsalternatief heeft in het noordelijke deel van Somalië, waar de situatie stabiel zou zijn.
De rechtbank beoordeelde het beleid van categoriale bescherming en concludeerde dat de uitgangspunten van verweerder niet kennelijk onredelijk zijn, met name dat het beleid zich richt op bescherming tegen ernstig en willekeurig menselijk geweld. Het onderscheid tussen het onveilige zuiden en het relatief veilige noorden van Somalië is gebaseerd op meerdere ambtsberichten en wordt als voldoende onderbouwd beschouwd.
Echter, de rechtbank vond dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het noorden van Somalië als verblijfsalternatief geldt voor leden van de Midgan die oorspronkelijk uit het onveilige zuiden komen. Het individuele ambtsbericht van december 2000 wees op veiligheidsproblemen voor ontheemde Midgan in het noorden, die niet adequaat zijn weerlegd door het algemene ambtsbericht van juni 2001. Daarom is de weigering van de vvtv onvoldoende gemotiveerd en wordt het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank vernietigt de bestreden beschikking en bepaalt dat verweerder opnieuw moet beslissen, rekening houdend met de overwegingen in deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de weigering van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf wordt vernietigd.